11 – (Jeugd)zorg, welzijn en meedoen (sociaal domein): vertrouwen en maatwerk

Van zorgen voor naar samen leven

Iedere inwoner verdient ondersteuning die werkt. Niet het systeem, maar de mens staat centraal. Zorg en jeugdzorg moeten laagdrempelig, dichtbij en op maat zijn. Tegelijk gaat het sociaal domein over méér dan zorg alleen: over mee kunnen doen, bestaanszekerheid, ontmoeting en welzijn. BBV kiest voor een beweging naar de voorkant: meer preventie, minder bureaucratie en meer vertrouwen in de kracht van mensen en gemeenschappen.

  • Vast aanspreekpunt per huishouden en minder loketten, zodat inwoners niet verdwalen in het systeem;
  • Minder bureaucratie en herindicaties, meer vertrouwen in zorgverleners en professionals die mensen écht kennen;
  • Preventie als uitgangspunt; met meer steun voor initiatieven als jongerenwerk, buurtontmoeting, mantelzorg en informele netwerken;
  • Korte lijnen met scholen en huisartsen om problemen vroeg te signaleren en samen op te lossen;
  • Inzet op buurtgerichte jeugdzorg en versterking van jongerenhubs en wijkteams, zodat hulp dichtbij en herkenbaar is;
  • Sneller hulp voor gezinnen op wachtlijsten, ook buiten de gemeentegrens als dat nodig is – de hulp moet leidend zijn, niet de postcode;
  • Meer ruimte voor normaliseren en collectieve oplossingen, zodat niet elke vraag meteen leidt tot individuele maatwerkvoorziening. Soms is samen leven ook samen dragen;
  • Versterking van de sociale basis, met aandacht voor ontmoeting, gemeenschapszin en veerkracht – want niet alles hoeft via professionele zorg;
  • BBV wil armoede aanpakken met effectieve hulp en maatwerk en menselijke ondersteuning. Extra belasting voor inwoners is daarbij geen vanzelfsprekendheid; het bestaande budget moet zo veel mogelijk terechtkomen bij de mensen die het nodig hebben;
  • Meedoen en bestaanszekerheid: BBV wil dat inwoners die moeite hebben om rond te komen sneller en eenvoudiger worden geholpen. Geen ingewikkelde regelingen, maar begrijpelijke ondersteuning zodat mensen mee kunnen blijven doen;
  • BBV wil dat financiële drempels geen belemmering vormen om mee te doen. Met name kinderen uit gezinnen met een laag inkomen moeten kunnen deelnemen aan sport- en cultuuractiviteiten, omdat dit essentieel is voor hun ontwikkeling en welzijn;
  • Bijdragen naar draagkracht: BBV is geen voorstander van het generiek afschaffen van eigen bijdragen in de WMO. Wel vindt BBV dat zorg en ondersteuning altijd betaalbaar moeten zijn. Daarom kiest BBV voor maatwerk en bijdragen naar draagkracht, zodat inwoners met een laag inkomen niet worden uitgesloten van noodzakelijke ondersteuning;
  • BBV staat voor wederkerigheid: wie een bijstandsuitkering ontvangt en daartoe in staat is, levert een passende tegenprestatie in de samenleving. Meedoen naar vermogen versterkt eigenwaarde en betrokkenheid. De gemeente past altijd maatwerk toe en houdt rekening met zorg, mantelzorg en persoonlijke omstandigheden;
  • Welzijn begint niet bij een zorgindicatie. BBV zet in op sport, cultuur, vrijwilligerswerk en ontmoeting als fundament onder een sterke en veerkrachtige samenleving.

BBV kiest voor een sociaal domein waarin zorg, welzijn en meedoen samenkomen – dichtbij, mensgericht en met vertrouwen in de samenleving.